Overslaan naar inhoud

De wet van Liebig: waarom jouw organisatie stagneert op het zwakste punt

Principe 2: Groei

Justus von Liebig was een negentiende-eeuwse chemicus die de landbouw voor altijd veranderde. Zijn ontdekking was simpel en verwoestend tegelijk: een plant groeit niet harder als je haar meer geeft van wat al voldoende aanwezig is. Ze groeit harder als je haar tekort aanvult. Het limiterende element bepaalt het plafond, niet het overvloedige.

Hij noemde het de wet van het minimum. Tegenwoordig kennen we het als de wet van Liebig, en ze geldt net zo goed voor organisaties als voor tarwevelden.

Het lek dat je niet ziet

Stel: jouw sales-team is sterk. Jouw product is goed. Je marketing genereert leads. En toch groeit de omzet niet. De reflex is: meer van wat werkt. Meer leads, meer salescapaciteit, een beter product. Maar als het lek zit in de onboarding, in de eerste 30 dagen nadat een klant tekent, dan helpt geen van die ingrepen. Je giet water in een emmer met een gat.

De wet van Liebig zegt: zoek het gat. Niet het gemiddelde, niet de sterkste schakel. Het zwakste punt bepaalt je plafond.

De bergpitohui die het begreep

In de regenwouden van Nieuw-Guinea leeft de bergpitohui, een kleine vogel met een opvallende eigenschap: zijn veren en huid bevatten batrachotoxine, een van de krachtigste zenuwgiften die in de natuur voorkomen. De vogel eet bepaalde kevers die de stof bevatten en verwerkt hem in zijn eigen weefsels.

Maar dat is niet wat hem bijzonder maakt. Wat hem bijzonder maakt, is hoe hij zijn niche heeft gevonden. Hij eet precies wat andere vogels laten liggen. Niet omdat hij het lekkerst vindt, maar omdat hij het enige is dat het kan verwerken. Zijn groeiplafond, giftige prooien, is exact zijn groeikans geworden.

Elke organisatie heeft zo'n giftige kever. Iets wat de concurrentie laat liggen omdat ze het niet aankunnen. Het is je beperkende factor omgekeerd.

Hoe je de beperkende factor vindt

In de praktijk is de beperkende factor zelden het eerste wat iemand noemt. Mensen klagen over het symptoom, niet over de oorzaak. Een team dat zegt dat er te weinig budget is, heeft misschien een planningsprobleem. Een organisatie die zegt dat ze niet genoeg talent aantrekt, heeft misschien een reputatieprobleem. Een bedrijf dat zegt dat zijn product niet goed genoeg is, heeft misschien een distributieproblem.

De beperkende factor vind je door te vragen: wat is het één ding dat, als het wegviel, alles tot stilstand brengt? En: wat is het één ding dat, als het verbeterde, alles in beweging zet?

Die twee vragen zijn vaak hetzelfde antwoord.

Groei zit in de grens

Dit is principe 2 van Natuurlijke Intelligentie: Groei. Niet: hoe word je groter? Maar: wat houdt je klein? Het ongemakkelijke aan deze vraag is dat het antwoord zelden flatterend is. Het zit in het deel van de organisatie waar niemand graag naar kijkt. Dat is precies waarom het zo lang een beperkende factor blijft.

Von Liebig schreef zijn wet op voor boeren die hun veld wilden verbeteren. Zijn les gold niet voor rijke gronden. Ze gold juist voor het element dat ontbrak. Kijk naar wat ontbreekt. Daar zit de groei.


Dit artikel maakt deel uit van de Veldnotities, observaties uit de natuur vertaald naar organisaties. Ze zijn gebaseerd op de principes uit het boek Natuurlijke Intelligentie.

Wil je hier meer over horen of alle 8 principes ontdekken?

Bestel het boekFloris boeken als spreker
Murmuratie: wat spreeuwen jou leren over richting geven zonder leider
Principe 1: Collectieve focus